piles cure usi de garaj camere supraveghere Home arrow Europe arrow Italy
Italie E-mail

1. Italië: factsheet

2. Italië: geografie en klimaat
3. Italië: bevolking
4. Italië: bestuurlijke organisatie

Italië: factsheet

kaartje ItaliëPolitiek

Naam land

Republiek Italië

Regeringsvorm

parlementaire democratie

Staatshoofd

Giorgio Napolitano

Premier

Romano Prodi


Geografie

Oppervlakte

301.268 km2 (Nederland 41.864 km2)

Hoofdstad

Rome

Tijdverschil met Nederland

0 uur


Bevolking

Bevolkingsaantal

58,75 miljoen (31 december 2005)

Bevolkingsgroei

0,5 procent in 2005

Taal

Italiaans

Religie

rooms-katholiek


Economische indicatoren voor 2005

BBP (tegen marktprijzen)

1.229,6 miljard euro

BBP per hoofd van de bevolking

24.213 euro

Reële groei BBP t.o.v. vorig jaar

0,1 procent

Stijging consumentenprijzen

2,0 procent

Munteenheid

euro


Buitenlandse handel in 2005

Totale invoer in Italië

305,7 miljard euro

Totale uitvoer uit Italië

295,7 miljard euro)

Uitvoer uit Nederland naar Italië

17,3 miljard euro

Invoer in Nederland uit Italië

7,1 miljard euro

Voornaamste handelspartners

invoer uit: Duitsland, Frankrijk, Nederland, Spanje, België
uitvoer naar: Duitsland, Frankrijk, VS, Spanje, VK

Bronnen: EIU, ISTAT


Italië: geografie en klimaat

Italië is een schiereiland in de vorm van een laars. Naast het vasteland heeft het land nog een aantal eilanden. Hiervan zijn Sicilië en Sardinië de grootste. De grootste afstand van noord naar zuid is ruim 1.200 km. De grootste breedte van het land - in het noorden - is ruim 600 km. Door de grote lengte heeft Italië een enorm lange kustlijn: zo'n 7.500 km. In het noordwesten grenst het aan Frankrijk, in het noorden aan Zwitserland en Oostenrijk en in het noordoosten aan Slovenië. Aan de zeezijde wordt het omsloten door de Middellandse, de Ligurische, de Tyrrheense, de Ionische en de Adriatische Zee. Grote delen van het land zijn bergachtig. In het noorden zijn de belangrijkste bergketens de Alpen en de Dolomieten. De Apennijnen lopen in noord-zuid richting over een groot deel van het schiereiland. Binnen de grenzen van Italië bevinden zich twee autonome mini-staatjes: San Marino en Vaticaanstad, respectievelijk met een oppervlakte van 61 en 5,7 km2.
Het klimaat is gevarieerd. Het Alpengebied en de hoger gelegen delen van de Apennijnen hebben een landklimaat met strenge winters en vaak droge zomers. In de Povlakte is het klimaat gematigd met regelmatig neerslag. De noordelijke kustgebieden en Midden-Italië hebben een subtropisch Middellandse Zeeklimaat met zachte en regenachtige winters en warme, droge zomers. Het klimaat in het zuiden is 's winters gematigd met soms hevige regenval, terwijl het er in de zomer heet en droog is. Landelijk bedraagt de gemiddelde temperatuur in de zomer 24,5°C en 6,7°C in de winter.


Italië: bevolking

Op 1 januari 2006 telde Italië 58,7 miljoen inwoners. Op een oppervlakte van 301.336 km2 betekent dit een bevolkingsdichtheid van 195 inwoners per km2. Het dichtstbevolkt is de regio Campania met een gemiddelde van 416 inwoners per km2. Andere dichtbevolkte regio's zijn Lombardia (382 inwoners per km2), Lazio (306) en Liguria (294). Het dunstbevolkt is Valle d'Aosta (38 inwoners per km2). Andere dunbevolkte regio's zijn Basilicata (73) en Sardegna (68).

Groei van de bevolking
In Italië is het sterftecijfer sinds een aantal jaren hoger dan het geboortecijfer. In 2005 werden 554.022 Italianen geboren; 567.304 personen zijn in hetzelfde jaar overleden. Het geboortecijfer is een van de laagste ter wereld. In 2005 kreeg een Italiaanse vrouw naar schatting gemiddeld 1,34 kinderen. Dit cijfer laat een stijgende trend zien; zo kwam dit 'kindercijfer' in 1995 uit op slechts 1,19. De stijging van het gemiddelde is te danken aan het noorden en midden van Italië, in het zuiden werd een daling van het gemiddelde kindertal waargenomen.
Als gevolg van het lage geboortecijfer tekent zich in sterke mate een vergrijzing af in het land. Op 1 januari 2005 was 19,5 procent van de bevolking 65 jaar of ouder. Prognoses voorzien dat dit aandeel in 2050 zal zijn gestegen tot 34 procent.Jongeren tot en met 18 jaar zullen in dat jaar slechts 15,4 procent uitmaken van de totale bevolking.
Hoewel de bevolkingsaanwas laag is in Italië loopt het aantal inwoners van het land niet terug; dit komt door de ruim 2 miljoen immigranten. Volgens een rapport van de Caritas/Migrantes bevinden zich vooral veel Marokkanen, Albanezen en Roemenen onder deze groep. Deze nationaliteiten maken alle drie voor rond 10 procent deel uit van de totale groep legaal verblijvenden met een andere nationaliteit. Van de totale groep immigranten heeft 62,9 procent zich gevestigd in het noorden. Midden-Italië is met 24,3 procent duidelijk minder populair dan het noorden. In Zuid-Italië heeft zich slechts 12,8 procent gevestigd.

Regionale spreiding van de bevolking
De spreiding van de bevolking verschilt regionaal: bijna de helft van de totale bevolking (45 procent) woont in het noorden, 19 procent in het midden, 25 procent in het zuiden en 11 procent op de eilanden van Italië.

Voornaamste steden en aantal inwoners, 1 januari 2006 (x 1.000)

Rome (hoofdstad)

2.547

Milaan

1.308

Napels

984

Turijn

900

Palermo

670

Genua

620

Bologna

373

Florence

366

Bari

326

Catania

304

Venetië

269

Verona

259

Bron: ISTAT

Taal
Naast Italiaans worden in Italië nog enkele andere talen gesproken. In Trentino-Alto Adige wordt ook Duits gesproken. In Valle d'Aosta spreekt een deel van de bevolking ook Frans. Beide gebieden zijn officieel tweetalig. In sommige streken in het noorden zijn gebieden waar men Ladino spreekt, een aan het Reto-Romaans verwante taal. Verder heeft Italië veel regionale dialecten. Het Toscaanse dialect wordt beschouwd als de basis van het huidige officiële Italiaans. In het zuiden, bijvoorbeeld in Puglia en Calabria, zijn streken waar men in sommige dorpen Albanese en (oud)-Griekse dialecten spreekt. In het westen van Sardegna spreekt men een aan het Catalaans verwant dialect.

Religie
Ruim 87 procent van de Italianen is katholiek. Hiervan is echter slechts 36 procent praktiserend.


Italië: bestuurlijke organisatie

Italië bestaat al als staatkundige eenheid, met Rome als hoofdstad, sinds 1870. Het aanvankelijke koninkrijk maakte in 1948 plaats voor een democratische republiek. Aan het hoofd staat een president die voor zeven jaar wordt gekozen door een kiescollege, bestaande uit leden van de twee kamers van het parlement en uit regionale afgevaardigden.
In mei 2006 is Giorgio Napolitanoals president gekozen, als opvolger van Carlo Azeglio Ciampi. Het staatshoofd heeft geen echte uitvoerende macht, maar kan een belangrijke rol spelen bij het oplossen van regeringscrises. Hij benoemt de minister-president en, na diens advies, de andere leden van de regering. Hij heeft bovendien de bevoegdheid het parlement te ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven.
De uitvoerende macht berust bij de minister-president en zijn kabinet. Naast de regering heeft ook het parlement wetgevende bevoegdheden. Het parlement bestaat uit twee kamers: de Kamer van Afgevaardigden met 630 leden en de Senaat met 315 leden. Van de leden van beide kamers wordt 75 procent gekozen volgens een districtenstelsel en 25 procent op basis van evenredige vertegenwoordiging.

Administratieve indeling
Italië is administratief ingedeeld in 20 regio's ('regioni'), 103 provincies ('province') en zo'n 8.000 gemeenten ('comuni'). Vijf regio's hebben een aparte status, 'regione con statuto speciale di autonomia'. Dit zijn: Valle d'Aosta, Trentino-Alto Adige, Friuli-Venezia Giulia en de eilanden Sardinië en Sicilië. De onderste bestuurslaag wordt gevormd door de gemeenten. Sinds de hervormingen in 1990 heeft de lagere overheid meer macht; regio's, provincies en steden hebben meer eigen inbreng. Zo heeft de burgemeester vooral in grotere gemeenten meer zeggenschap gekregen.

Coalitieregeringen
Italië heeft sinds 1948 een zeer groot aantal coalitieregeringen gekend, vrijwel steeds geformeerd rond de christendemocratische partij, de DC. Door de roep om intensievere bestrijding van de georganiseerde misdaad en de corruptie is sinds het begin van de jaren negentig een groot aantal frauduleuze praktijken aan het licht gebracht, onder meer in de gelederen van de gevestigde politieke orde. Dit leidde tot de ineenstorting van het politieke systeem van de 'eerste' republiek. De regering Amato (1992) startte de zogenaamde operatie Schone Handen ('Mani Pulite') en legde de basis voor een grootscheeps privatiseringsprogramma. Er wordt nu gesproken van de 'tweede' republiek.

De verkiezingen van mei 2001 leverden een overwinning op voor een door Silvio Berlusconi aangevoerde centrumrechtse alliantie. De door Berlusconi geformeerde regering bleef uiteindelijk tot april 2005 aan de macht, wat in 2005 de langste regeerperiode van na de oorlog betekende.
Op 17 mei 2006 is in Italië een centrumlinkse coalitie aangetreden onder leiding van premier Romano Prodi, die van 1996 tot en met 1998 ook al eens regeringsleider was.